Uitleg · voor Paul (anesthesioloog, JBZ)

Data uit het ziekenhuis-EPD via een API

Van koppelen tot publiceren: hoe je gestructureerde data uit het EPD haalt, er dashboards en onderzoek mee doet — en de privacy waterdicht regelt. Toegankelijk, mét concrete voorbeelden.

Koppelen Datasets & dashboards Onderzoek Privacy

Stel je voor · concept

Een pijnplan vooraf, op maat van de patiënt

mockup

Kies een patiëntprofiel — de tool stelt direct een gepersonaliseerd perioperatief pijnplan voor, op basis van dezelfde EPD-data en modellen die hieronder staan beschreven.

Patiëntprofiel
Voorgesteld pijnplan

Concept-illustratie — een model adviseert, beslist niet; de anesthesioloog blijft aan het roer. Hoe je hier komt, lees je hieronder. ↓

In één alinea. Het EPD van het JBZ (ChipSoft HiX) bewaart enorm veel waardevolle gegevens. Een API is de afgesproken, beveiligde “deur” waardoor een ander programma die gegevens kan opvragen — zonder dat iemand handmatig hoeft over te typen. Dat opent de weg naar dashboards, kwaliteitsmetingen en wetenschappelijk onderzoek. Het mág alleen onder strikte voorwaarden: toestemming van het ziekenhuis, een goedgekeurd doel en harde privacy-waarborgen.

Beluister · AI-podcast

Onderzoek doen naar pijnbehandelingen met EPD-data

Een gesprek van zo'n 8 minuten: van een gepersonaliseerd pijnplan vooraf tot de data, dashboards en onderzoeksopzet die dat mogelijk maken — toegankelijk uitgelegd, met t=0 (vóór behandeling) en t+1 (follow-up) als rode draad.

1 · Basis

Wat is een API? (zonder jargon)

API staat voor Application Programming Interface: een afgesproken manier waarop twee computerprogramma's met elkaar praten. Geen bestand en geen database, maar een set afspraken plus een “loket” waar het ene programma iets vraagt en het andere netjes antwoordt.

Analogie — de ober. U zit aan tafel (uw programma) en wilt eten uit de keuken (het EPD). U loopt niet zelf de keuken in. U geeft uw bestelling aan de ober (de API), die de menukaart kent, precies haalt wat u vroeg en het netjes terugbrengt. De keuken blijft afgeschermd; u krijgt alleen waar u recht op heeft.

Elke API doet drie dingen: een vraag aannemen in een vast formaat, controleren of u mág vragen (wie bent u, en heeft u toestemming?), en een voorspelbaar antwoord teruggeven dat een computer verder verwerkt.

De standaard — FHIR. Net als overal dezelfde stekker past dankzij een standaard, heet die in de zorg meestal FHIR (spreek uit: “fire”): één afgesproken vorm waarin medische gegevens worden doorgegeven, internationaal.

2 · ChipSoft

Wat heeft ChipSoft HiX precies?

HiX is uitdrukkelijk gebouwd om te koppelen — in NL en België draaien al ruim 2.000 operationele koppelingen. Er zijn meerdere “loketten”:

KoppelingIn gewone taalWaarvoor
HL7 FHIRDe moderne, internationale “stekker” voor zorgdata.Apps, onderzoek, dashboards, AI
HL7 v2De oudere berichtenstandaard, al jaren betrouwbaar.Lab, apotheek, opname/ontslag
ZorgplatformChipSofts eigen uitwisselplatform tussen instellingen.Delen met andere zorgverleners
Zib'sLandelijke afspraken over wat data precies betekent.Eenduidige betekenis

Belangrijke nuance. Dit is géén open, publieke API waar je je even online voor aanmeldt. Toegang loopt altijd via twee partijen samen: ChipSoft (levert de technische koppeling) én het JBZ zelf (eigenaar van de data). Zonder beide is er geen toegang — en dat is maar goed ook, want het gaat om patiëntgegevens.

Geen landelijke database. Nederland heeft bewust géén centrale patiëntendatabase — in 2011 verwierp de Eerste Kamer het landelijk EPD. Elk ziekenhuis houdt z'n eigen data. Het LSP wisselt alleen uit (mét toestemming, niets centraal opgeslagen). Wél bestaan er doelgerichte landelijke registraties: DHD/LBZ (opnames), DICA (kwaliteit/uitkomsten), PALGA (pathologie), NKR (kanker). Voor de meeste eigen vragen werk je dus per ziekenhuis.

3 · Het pad

Hoe kun je koppelen? (stap voor stap)

Een koppeling opzetten is vooral een organisatorisch traject; het technische deel is relatief klein.

  1. Doel scherp formuleren. Welke vraag wilt u beantwoorden? Dat bepaalt welke data nodig is — en niet meer dan dat.
  2. Intern draagvlak. Betrek vroeg ICT/Informatiemanagement, een datamanager en de Functionaris Gegevensbescherming (FG).
  3. Juridische & ethische basis. Onderzoek → METC (WMO). Kwaliteit/zorg → lichter kader. Privacy → DPIA.
  4. ChipSoft betrekken. De koppeling wordt via ChipSoft/ICT geregeld en geautoriseerd. Per ziekenhuis een eigen omgeving — geen centrale landelijke URL.
  5. Veilige omgeving. Data verwerken binnen een beveiligde onderzoeksomgeving, niet “even op een laptop”.
  6. Bouwen & testen. Eerst tegen een testserver met nep-data, daarna pas op echte gegevens.

Wie heeft u nodig? U (de inhoudelijke vraag), ICT/Informatiemanagement (techniek), de FG (privacy), een data-analist (verwerking) en — bij onderzoek — de METC. Teamwerk, geen solo-project.

4 · Data

Voorbeeld-datasets — wat krijg je terug?

Via FHIR komen gegevens binnen als losse, herbruikbare blokjes (“resources”). Een greep, vertaald naar de anesthesie:

FHIR-blokjeWat het bevatVoorbeeld
PatientDemografie (gepseudonimiseerd)Leeftijd, geslacht
ObservationMetingen & scoresMAP, SpO₂, BIS, NRS, lab
MedicationAdministrationToegediende medicatiePropofol, opioïden, vasopressoren
ProcedureVerrichtingenIngreep, anesthesietechniek
ConditionDiagnoses / comorbiditeitASA, hartfalen, COPD
EncounterEen contact / opnameOK-sessie, IC-opname

Zo ziet één losse meting eruit (FHIR Observation, een NRS-pijnscore)

// pijnscore 7/10, gepseudonimiseerde patiënt
{
  "resourceType": "Observation",
  "status": "final",
  "code": { "coding": [{ "system": "http://loinc.org",
            "code": "72514-3", "display": "Pijn NRS 0-10" }] },
  "subject": { "reference": "Patient/PSN-8842" },
  "effectiveDateTime": "2026-03-14T08:20:00+01:00",
  "valueInteger": 7
}

Honderden van die blokjes puzzel je per patiënt aan elkaar tot één analyse-tabel: één rij per patiënt (of per OK-sessie), kolommen = je variabelen. Een fictief cohort heupchirurgie:

studie-idlftASAingreeptechniekNRS t0NRS t+1opioïd (OME)hypotensie*delier
A-073174IIIHeupprotheseSpinaal7322 mg12 minnee
A-073281IIIHeupprotheseAlgeheel8541 mg28 minja
A-073369IIKnieprotheseSpinaal6218 mg4 minnee
A-073477IILaparotomieAlg.+epiduraal8435 mg16 minnee
A-073585IIIHeupprotheseAlgeheel7638 mg33 minja

*cumulatieve duur MAP < 65 mmHg · OME = orale morfine-equivalenten · fictieve data, illustratief.

Vragen die je stelt — en wat de API doet

Uw vraagWat er technisch gebeurt
“Alle NRS-scores van mijn cohort”GET /Observation?code=72514-3&subject=…
“Toegediende opioïden tijdens deze OK-sessie”GET /MedicationAdministration?context=Encounter/…
“Alle MAP-waarden tijdens de ingreep”GET /Observation?code=MAP&encounter=…

5 · Inzicht

Analyseren — van ruwe data naar inzicht

Grofweg drie treden, oplopend in ambitie:

a) Beschrijven — wat is er gebeurd?

Tellen, gemiddelden, trends. Hoe vaak trad intra-operatieve hypotensie op, en bij welke groepen? Levert direct bruikbare kwaliteitsindicatoren en dashboards (zie hieronder).

b) Verbanden zoeken — wat hangt samen?

Statistiek: welke factoren hangen samen met een uitkomst? Bijv. cumulatieve duur van MAP < 65 mmHg versus postoperatieve acute nierschade of delier. Klassiek epidemiologisch werk; levert hypotheses.

c) Voorspellen — wat gaat er waarschijnlijk gebeuren?

Hier komt machine learning in beeld: een model dat op basis van pre- en intra-operatieve gegevens een risico inschat (bijv. delier, heropname, PONV). Een model is een hulpmiddel, geen vervanging van het klinisch oordeel — en moet eerst extern gevalideerd worden voordat het iets in de zorg mag sturen.

Gereedschap. Analyse gebeurt meestal met R of Python (gratis, wetenschappelijke standaard) of met visuele dashboards. U levert de vraag en de klinische interpretatie; een data-analist vertaalt dat naar code.

6 · Tonen

Dashboards — de data die voor zich spreekt

Zodra de koppeling staat, kun je een dashboard bouwen dat zichzelf elke nacht ververst. Twee smaken: een kwaliteitsdashboard voor de afdeling, en een onderzoeksdashboard voor een studie. Een mock van een anesthesie-kwaliteitsdashboard:

NRS > 4 in eerste 24u postop
23%
▼ 6% vs vorig kwartaal
Intra-op hypotensie (gem. duur MAP<65)
11 min
▼ 3 min
PONV-incidentie
18%
▲ 2%
Regionale techniek toegepast
41%
▲ 5%

Onvoldoende pijnstilling (NRS>4) per ingreep

% patiënten, afgelopen 12 maanden
31%
Heup
26%
Knie
19%
Laparo­tomie
14%
Thorax
9%
Dag­behand.

Trend NRS>4 over 12 maanden

maandgemiddelde, dalend

Mock met fictieve cijfers, puur ter illustratie van wat een dashboard kan tonen. Echte cijfers komen rechtstreeks uit de HiX-koppeling.

Waarom dit werkt. Een dashboard maakt een patroon zichtbaar dat in losse dossiers onzichtbaar blijft — bijv. dat juist heupchirurgie eruit springt op napijn. Dat is het startpunt voor een verbetertraject óf een onderzoeksvraag.

7 · Randvoorwaarde

Privacy & wetgeving — de kern, niet de bijzaak

Patiëntgegevens zijn bijzondere persoonsgegevens. Dit bepaalt of een project überhaupt mág — geen formaliteit achteraf.

BegripWat het voor uw project betekent
AVG (GDPR)Wettelijke grondslag, duidelijk doel, zo min mogelijk gegevens.
DataminimalisatieAlleen velden die u écht nodig heeft — niet “het hele dossier voor de zekerheid”.
PseudonimiserenNaam/BSN/geboortedatum eruit, vervangen door een onherleidbaar studienummer.
Grondslag / toestemmingVoor WMO-onderzoek vaak informed consent; FG en METC bepalen wat geldt.
DPIAVerplichte privacy-risicobeoordeling vóór u begint.
NEN 7510/7512/7513NL-normen informatiebeveiliging: veilige toegang, logging, versleuteling.
METC / WMOMensgebonden onderzoek vooraf laten toetsen.
Data binnen de murenGegevens blijven bij voorkeur in de beveiligde omgeving van het ziekenhuis.

Vuistregel. Begin nooit met “we halen eerst alle data eruit en kijken dan wel”. Begin met: welke vraag, welke minimale dataset, welke grondslag, wie keurt goed. Pas daarna techniek.

8 · Voorbeeld · anesthesiologisch perspectief

Een onderzoeksopzet, concreet uitgewerkt

Stel, u wilt een hardnekkig klinisch vermoeden toetsen. Zo zou een protocol eruit kunnen zien — geschreven vanuit de OK, in onze eigen termen.

Vraagstelling. Is de cumulatieve duur van intra-operatieve hypotensie (MAP < 65 mmHg) geassocieerd met postoperatief delier bij electieve totale heupprothese bij patiënten ≥ 70 jaar?

Populatie (P)
≥ 70 jr, electieve THP, ASA I–III. Exclusie: pre-existent delier/dementie, spoed, eerdere heupchirurgie < 6 mnd.
Determinant (E)
Intra-operatieve hypotensie: cumulatieve minuten MAP < 65 mmHg (“area under threshold”), continu uit de monitoring.
Vergelijking (C)
Lagere blootstelling (minder minuten onder de drempel), als continue determinant gemodelleerd.
Uitkomst (O)
Postoperatief delier dag 1–5, gevalideerd met DOSS + CAM/4AT. Secundair: opnameduur, heropname 30 d, 90-d mortaliteit.
Design
Retrospectief cohort uit HiX-data (dekkingsjaren), gepseudonimiseerd. Bij positief signaal → prospectieve, externe validatie.
Determinant-detail
MAP-tijdreeks uit het anesthesieverslag; afgeleiden: minuten MAP<65, time-weighted average, laagste MAP, en gevoeligheidsanalyse op drempels 60/55 mmHg.
Confounders
Leeftijd, geslacht, ASA, Charlson-comorbiditeitsindex, preoperatieve cognitie, sedativa/benzodiazepines, opioïddosis (OME), bloedverlies, operatieduur, anesthesietechniek (algeheel vs. neuraxiaal) en vasopressorgebruik.
Analyse
Multivariabele logistische regressie; determinant continu (restricted cubic splines voor non-lineariteit). Correctie voor confounding, missing data via multiple imputation. Eventueel propensity-adjustment. Vooraf vastgelegd analyseplan.
Power
Bij een delier-incidentie van ~15% en ~10 events per variabele bepaalt het aantal confounders de benodigde cohortgrootte (orde duizenden THP's) — haalbaar uit meerdere jaren EPD-data.
Databron
FHIR-extractie: Observation (MAP, vitalen, delier-scores), MedicationAdministration (opioïden, vasopressoren, sedativa), Condition (comorbiditeit/ASA), Procedure (ingreep + techniek).
Ethiek
Toetsing METC (WMO-plicht beoordelen — retrospectief dossieronderzoek is vaak niet-WMO, maar wél AVG/DPIA + lokale toetsing). FG vooraf.
Beperkingen
Confounding by indication, registratiegaten in de MAP-reeks, definitie-afhankelijkheid van “delier”, en — inherent aan retrospectief design — associatie ≠ causaliteit.

De winst van de EPD-route: deze hele determinant — duizenden MAP-metingen per patiënt — hoeft niemand met de hand te scoren. De koppeling levert het machine-leesbaar, gepseudonimiseerd, reproduceerbaar.

9 · Begin hier

Kort stappenplan om te beginnen

  1. Schrijf uw vraag op in 2–3 zinnen.
  2. Bepaal de minimale dataset die daarbij hoort.
  3. Maak een afspraak met ICT/Informatiemanagement én de FG van het JBZ.
  4. Check of het WMO-plichtig is (→ METC) of een kwaliteitsproject.
  5. Laat ICT/ChipSoft de koppeling of export beoordelen.
  6. Betrek een data-analist voor de verwerking.

De eerste stap is een gesprek, geen regel code.

Toegankelijke, niet-technische introductie — geen juridisch of technisch eindadvies; voorbeeldcijfers en -data zijn fictief en illustratief. Voor een concreet project gelden altijd de actuele voorwaarden van ChipSoft, het beleid van het Jeroen Bosch Ziekenhuis en de geldende wet- en regelgeving (AVG, WMO, NEN 7510). Stem af met ICT/Informatiemanagement, de Functionaris Gegevensbescherming en — bij onderzoek — de METC. · Versie 2.0 — juni 2026.